
Taal: Bulgaars
Hoofdstad: Sofia
Regeringsvorm: Republiek
Religie: Oosters-Orthodox 84%, Moslim 12%
Oppervlak: 110.910 km²
Inwoners: 7,5 miljoen
- Dichtheid: 0,3/km²
Munteenheid: Lev (???) (BGN)
Tijdzone: UTC +2
Volkslied: Mila Rodino
web | Code | Tel. .bg | BGR | 359
Bulgarije, is een republiek in Zuidoost- Europa, gelegen
op het Balkanschiereiland. De Balkan is een berggebied dat
zich ten zuiden van de rivier de Donau uitstrekt. De oppervlakte
van Bulgarije is 110.994 km2, en dat is ca. 2,7 keer zo
groot als Nederland. In het noorden grenst Bulgarije aan
Roemenië (608 km) en de grens wordt daar over een afstand
van ca. 425 kilometer gevormd door de Donau. In het westen
grenst Bulgarije aan Macedonië en de Bondsrepubliek
Joegoslavië (318 km). De grens met Griekenland (494
km) in het zuiden wordt gevormd door de dalen van het Rodopi-gebergte.
In het zuidoosten grenst Bulgarije aan Turkije (240 km)
en in het oosten aan de Zwarte Zee (Cerno More). De grootste
afstand van noord naar zuid is 330 km en van oost naar west
520 km.
De oostelijke kuststrook is het laagste deel van het land.
Gemiddeld ligt Bulgarije ca. 470 meter boven de zeespiegel.
Geografisch is Bulgarije in te delen in drie gebieden en
de centrale bergketen speelt daarin een grote rol. Het Balkan-gebergte
(Stara Planina) deelt het land namelijk van het westen naar
het oosten doormidden en is verdeeld in Hoog-Balkan, West-Balkan
en Oost- Balkan. In de Hoog-Balkan ligt een van de hoogste
bergen van Bulgarije, de Botev (2376 meter).
De gemiddelde hoogte bedraagt van dit gebergte is ca. 700
meter. Het Donau-laagland of Donau-Bulgarije ligt ten noorden
van het Balkan- gebergte en is een naar het noorden afhellend,
zeer vruchtbaar lössplateau, dat tegen de Donau met
een steile oever afbreekt. In het noordoosten ligt het heuvelachtige
woudengebied van Deli Orman, dat de overgang vormt naar
de Dobroedsja. Ten zuiden van het Balkan-gebergte ligt de
Thracische Laagvlakte en daarna komen drie belangrijke massieven:
het Rila-gebergte, het Pirin-gebergte en het Rodopi-massief,
dat tot ver in Griekenland doorloopt. De hoogste top van
Bulgarije ligt in het Pirin-gebergte en is de Musala (2925
meter).
Bulgarije telt honderden rivieren en enkele daarvan spelen
een grote rol bij de afwatering en bevloeiing van het Donau-laagland
en de Thracische Laagvlakte, met name de Donau (Bulgaars:
Dunav), de Iskâr en de Jantra. Andere belangrijke
rivieren zijn de Tunda, de Marica, de Struma en de
Mesta. Bulgarije kent geen natuurlijke grote meren, wel
enkele grote stuwmeren.
Klimaat
Het typische Midden-Europese landklimaat met warme zomers
en koude winters wordt in Bulgarije sterk beïnvloed
door de Zwarte Zee en het Balkan-gebergte. Noord-Bulgarije
heeft een uitgesproken landklimaat, met hete zomers en strenge
winters. Ten zuiden van het Balkan-gebergte, dat een klimaatscheiding
vormt, heerst een zachter klimaat en vertoond dichter bij
Griekenland steeds meer mediterrane trekjes.
De gemiddelde dagtemperaturen liggen in het binnenland rond
de 24°C en juli en augustus is duidelijk de warmste
periode van het jaar. Het is dan gemiddeld ca. 27°C
en langs de Zwarte Zeekust lopen de temperaturen dan tegen
de 30°C. De zeewind zorgt gelukkig voor wat verkoeling.
Doordat de Zwarte Zee via de Bosporus in verbinding staat
met de Egeïsche Zee loopt de watertemperatuur van de
Zwarte Zee op tot ca. 23°C in september. In het Rila-gebergte
en de Rodopi kan ’s winters geskied worden.
De neerslag bedraagt gemiddeld 600 mm per jaar, maar in
de bergen valt vaak meer dan 1000 mm per jaar, vaak in de
vorm van sneeuw. Op de hoogste toppen blijft de sneeuw tot
juni liggen. In de lagere streken van Bulgarije valt maar
weinig sneeuw. De hoofdregentijd is de zomer, in het zuiden
de herfst. Het aantal zonuren per dag varieert van 2 uur
in januari en tot 10 uur hartje zomer.
Bevolking
In juli 2000 telde Bulgarije ca. 8,3 miljoen inwoners. Dit
betekent dat Bulgarije gemiddeld ongeveer 75 inwoners per
km2 telt. In 2000 was de bevolkingsgroei –1,16%. Ongeveer
70% van de bevolking woont in de steden, waarvan de grootste
zijn Sofia (1,2 miljoen inwoners), Plovdiv (380.000), Varna
(315.000), Boergas (198.000), Roese (172.000), en Stara
Zagora (153.000). De rest van de bevolking woont op het
dunbevolkte platteland.
De bevolking bestaat voornamelijk uit Bulgaren (85,5%).
De grootste minderheidsgroep is Turks (9,7%) gevolgd door
de Roma (zigeuners; 2,6%) Verder wonen er o.a. nog kleine
groepen Macedoniërs, Armeniërs, Roemenen, Russen,
joden en Tataren in Bulgarije. De situatie van de Turkse
minderheid verslechterde in de loop van de jaren tachtig.
In 1984 werden de Turken verplicht een Slavische naam aan
te nemen. In 1988 werd begonnen met grootscheepse intimidatietechnieken
als gevolg waarvan honderdduizenden Turkse Bulgaren het
land verlieten en naar Turkije vluchtten. Het aantal Roma
is waarschijnlijk veel groter, maar uit angst voor discriminatie
verhelen veel Roma hun etnische afkomst.
De Russen zijn vooral Russische mannen en vrouwen die na
de Tweede Wereldoorlog trouwden met Bulgaarse burgers. De
Armeniërs leven vooral in de hoofdstad Sofia en in
Plovdiv. De Macedoniërs worden officieel niet als een
minderheidsgroep erkend door de Bulgaarse regering. Tot
de Tweede Wereldoorlog woonden er nog ruim 50.000 joden
in Bulgarije. Doordat er in Bulgarije nauwelijks enig antisemitisme
bestond werd er uiteindelijk niet één Bulgaarse
jood gedeporteerd naar de Duitse kampen. Dat er nu nog maar
ongeveer 4.000 joden in Bulgarije wonen komt door de massale
emigratie naar Israël die na de tweede wereldoorlog
op gang kwam.
De bevolkingsopbouw doet vrij westers aan. Het aantal inwoners
tussen 0-14 jaar bedraagt 16%, tussen 15-64 jaar 68%, en
65 jaar en ouder 16%. De zuigelingensterfte is vrij hoog
met ca. 15 per 1000 levend geborenen. De gemiddelde levensverwachting
is voor vrouwen ca. 74 jaar en voor mannen ca. 68 jaar.
Taal
Bulgaars wordt gesproken door de overgrote meerderheid van
de bevolking en is de officiële taal van het land.
Het Bulgaars is een Zuid-Slavische taal die gesproken wordt
door de ca. 7,8 miljoen inwoners van Bulgarije en door minderheden
in het Griekse Thracië, het Roemeense deel van Dobroedsja
en in Moldavië.
Het Slavische alfabet werd in 863 door de monniken Cyrillus
en Methodius geïntroduceerd. Het eerste alfabet telde
aanvankelijk 44 hoofdletters en 48 gewone letters maar was
zo ingewikkeld dat leerlingen van deze twee monniken een
nieuw alfabet construeerden gebaseerd op het Griekse cursief.
Waarschijnlijk onder invloed van andere Balkanvolken is
het Slavische systeem van verbuigingsuitgangen bij de naamwoorden
voor een groot deel verloren gegaan, terwijl een achter
het naamwoord geplaatst bepaald lidwoord is ontstaan. Tezamen
met de overgang van de combinaties tj, dj, in št en
"d zijn dit de opvallendste kenmerken van het Bulgaars
ten opzichte van de overige Slavische talen.
Er zijn twee dialectgroepen, de westelijke en de oostelijke.
De oostelijke dialectgroep is nog te verdelen in een noord-
en een zuidoostelijke groep. Het voornaamste verschil ligt
in de uitspraak van de Oud-Slavische è. Het algemeen
beschaafd Bulgaars sluit hierin aan bij het noordoostelijke
dialect. Het Oud- Bulgaars is de Slavisch-orthodoxe kerktaal
geworden, het Kerk-Slavisch. Sinds de 12e eeuw wordt de
taal Middel-Bulgaars genoemd, het Nieuw-Bulgaars kwam al
op in de 16e en 17e eeuw, maar verdrong pas in de 19de eeuw
de traditionele (Kerk-Slavische) schrijftaal. Als schrift
was tot in de 11de eeuw het Glagolitisch in gebruik en daarna
het Cyrillisch, net als in Rusland, Servië en Macedonië.
Voor de massale uittocht in 1989 was voor 10% van de bevolking
Turks de moedertaal. Ook veel Roma spreken Turks. Een deel
van de bevolking in de kuststeden spreekt Grieks en langs
de Donau wordt nog wat Roemeens gesproken.
Geloof
Van
het gelovige volksdeel (ca. 40%) behoort 83,5% tot de Bulgaars-
orthodoxe Kerk, met aan het hoofd een patriarch, die tevens
metropoliet van Sofia is. Verder is 13% van de gelovigen
islamiet, voornamelijk Turken en Pomaken (moslim geworden
Bulgaren), 1,5% rooms-katholiek en ieder 1% protestant en
jood. De rooms-katholieke kerk telt twee bisdommen.
De grondwet van 1947 drong de macht van de kerk sterk terug.
Er kwam een volledige scheiding van kerk en staat, een verbod
voor de kerk op onderwijs en organisatie van de jeugd en
een bepaling dat geestelijken door de staat worden betaald.
Formeel is de vrijheid van godsdienst gewaarborgd, maar
tevens bepaalt de grondwet dat de staat toezicht houdt op
de kerkgenootschappen.
Nu het communistische atheïsme voorbij is er een zeer
grote belangstelling ontstaan voor alles wat te maken heeft
met o.a. bijgeloof, parapsychologische verschijnselen, occultisme,
geesten en buitenaardse wezens
Het bogomilisme was een ketterse christelijke beweging uit
het middeleeuwse Bulgarije, afkomstig uit het Byzantijnse
Rijk. De aanhangers geloofden dat de geschiedenis van het
heelal bepaald werd door zowel God als Satan. Ze gehoorzaamden
daardoor zowel niet aan het wereldse als aan het kerkelijke
gezag waardoor ze door de kerk in de ban gedaan werden en
door de tsaren vervolgd werden.
Een ander religieus verschijnsel is de “Witte Broederschap”,
door Peter Dunov tussen de twee wereldoorlogen opgericht.
Dunovs leer is een mengsel van christelijke en hindoeïstische
elementen die een volmaakte, helderziende mens zou moeten
opleveren. Deze sekte wordt steeds populairder.
Economie
De economie van de Bulgaarse volksdemocratie behoorde na
de Tweede Wereldoorlog samen met Albanië tot de armste
landen op de Balkan. Het Oost-Europees herstelplan (Comecon)
zorgde voor grote sociaal-economische veranderingen. Industrie,
transportbedrijven en banken werden genationaliseerd en
er werden landbouwcoöperaties opgericht. Alle productiemiddelen
waren op een gegeven moment in handen van de staat en het
eerste vijfjarenplan werd geïntroduceerd. De nadruk
bij dit alles lag op de zware industrie en de modernisering
van de landbouw. De productie van consumptiegoederen kwam
pas veel later op gang. Werkloosheid kwam in die tijd nauwelijks
voor; voor iedereen kon een baantje gecreëerd worden.
Er was vaak zelfs een tekort aan werkkrachten die met duizenden
tegelijk gehaald werden uit landen als Cuba, Nicaragua en
Vietnam.
Het einde van het communisme liet duidelijk zien hoe kwetsbaar
de economie van Bulgarije was. Zo was de industrie voornamelijk
op de export naar de Sovjet- Unie en andere Oost-Europese
landen gericht. Deze traditionele afzetmarkt verdween ineens
na de val van de Berlijnse muur en het Sovjet-rijk. Westerse
concurrentie nam toe en de kwaliteitseisen van de exportproducten
werden opgeschroefd. De economische hervormingen die nodig
waren om mee te kunnen blijven doen in de vrije markteconomie,
kwamen maar langzaam op gang. Het Internationaal Monetair
Fonds en Wereldbank stelden meer dan 1,5 miljard dollar
ter beschikking om de hervormingsplannen te ondersteunen.
De maatregelen zorgden ervoor dat de aanvankelijke torenhoge
inflatie werd enigszins beteugeld, de staatsuitgaven werden
verminderd, er werd een geleide loonpolitiek gevoerd en
staatsbedrijven werden verkocht. Nadeel was dat de levensstandaard
van de meeste Bulgaren onder het sociale minimum belandde.
De overgang van een geleide economie naar de vrije markt
bracht een logische recessie met zich mee, die in 1994 evenwel
bedwongen leek. De prijzen daalden langzaam, de export naar
het westen nam geweldig toe als gevolg van de zeer lage
lonen, de privatisering loopt goed en de betalingsbalans
is weer enigszins hersteld.
Verkeer
De belangrijkste verkeersaders zijn wegen en spoorwegen;
er is een net van ruim 6000 km, waarvan de helft geëlektrificeerd.
Verschillende grote internationale routes lopen door Bulgarije.
Het wegennet is dicht (37.000 km) en kent diverse autosnelwegen,
die tegen 2000 door een grote ringweg verbonden zullen zijn.
De aanleg van autowegen heeft prioriteit, mede door de toename
van het aantal personenauto's en het toeristenverkeer.
De belangrijkste havens aan de Zwarte Zee zijn Varna en
Boergas; er is een lijndienst naar de Middellandse Zee,
alsmede verbindingen met havens in de Perzische Golf en
India. De Donau is de enige waterweg in Bulgarije die van
belang is voor de economie, zowel voor de binnenlandse als
de buitenlandse scheepvaart. De Vriendschapsbrug is de langste
brug over de Donau en verbindt Ruse met het Roemeense Giurgiu.
Het luchtverkeer wordt op dit moment geprivatiseerd en is
nog in opbouw. Er zijn elf luchthavens voor binnen- en buitenlandse
vluchten. Het belangrijkste vliegveld is Vrazjdebna bij
Sofia; andere belangrijke internationale vliegvelden liggen
bij Varna en Burgas.
|