Bezienswaardigheden
Louvre
Toen Philippe-Auguste in 1200 een fort bouwde om de stad
Parijs te verdedigen, vermoedde hij waarschijnlijk niet
dat het uit zou groeien tot één van ’s
werelds meest gezaghebbende en omvangrijke musea.
Na Philippe hebben Francois I, Catherine de Médicis,
Lodewijk XIV en Napoléon stuk voor stuk een deel
aan het Louvre bijgebouwd. In 1989 opende Francois Mitterand
het nieuwe en verbouwde Grand Louvre , waarvan vooral de
glazen piramide in het oog springt.
Het Louvre is opgebouwd uit vier musea: het Musée
du Louvre, het Musée de la Mode et de la Textile,
het Musée des Arts Décoratifs het Musée
de la Publicité.
Natuurlijk wil je een glimlach wisselen met de mysterieus
kijkende Mona Lisa. Wees voorbereid, want het wereldberoemde
schilderij is kleiner dan je denkt. Wegens de drukte is
het verstandig óf vroeg op de dag, óf juist
laat te gaan.
Het Louvre heeft een indrukwekkende collectie schilderijen.
Van Giotto tot Boticcelli (de Venus van… inderdaad,
Botticelli), en van Rubens tot Delacroix. A-ha-Erlebnissen
gegarandeerd, je zult meer (her)kennen dan je vooraf dacht
Eiffeltoren
Parijzenaars begroeten elk nieuw monumentaal werk in hun
stad altijd met een mengeling van afgrijzen, kritiek en
ontsteltenis die een paar jaar duurt, waarna het een dierbaar
nationaal symbool wordt -de Eiffeltoren (Tour Eiffel) is
daarvan een perfect voorbeeld.
In 1887 werd Gustave Eiffels ontwerp voor
een gietijzeren monument gekozen om de wereldtentoonstelling
van 1889 op te luisteren. Eiffel paste dezelfde techniek
toe die hij ook voor bruggen in Frankrijk en daarbuiten
had gebruikt: alle 15.000 ijzeren delen werden vooraf gegoten
en op volgorde genummerd; de meeste van de 2,5 miljoen klinknagels
zaten al op hun plaats voordat de bouw begon. Zijn uitgekiende
plannen en technologische duivelskunstenarij zorgden ervoor
dat 300 ijzerwerkers, 26 maanden lang 7 dagen per week zwoegend
(en zonder ook maar één fataal ongeluk) dit
hoogste gebouw ter wereld precies 7 dagen voor de opening
van de tentoonstelling voltooiden.
De Eiffeltoren was, behalve de hoogste,
ook de vernieuwendste constructie ter wereld; een duidelijke
boodschap dat Frankrijk en de Franse ingenieurs de pretentie
hadden de wereld de 20e eeuw binnen te leiden. Niet iedereen
was geestdriftig. Men noemde het ‘de holle kaars’
en ‘een walgelijke zuil van bouten en ijzerplaten’.
Guy de Maupassant vond het gezicht erop zo erg dat hij in
het restaurant Jules Verne op de tweede verdieping at, ‘de
enige plek in de stad waar hij het ding niet hoefde te zien’.
De toren zou eigenlijk twintig jaar na de wereldtentoonstelling
worden gesloopt, maar werd onverwacht gered door de uitvinding
van de draadloze radio: zijn hoogte maakte hem namelijk
tot de best mogelijke antenne.
De toren biedt een magnifiek uitzicht: op een heldere dag
tot meer dan 70 km. De toegangsprijzen hangen af van hoe
hoog u wenst te gaan en of u de trap of de lift wilt nemen:
trappenlopen kan tot de tweede verdieping.
Sacré-Coeur
Als een enorme bruidstaart rijst de basiliek van de Sacré-Coeur
op het hoogste punt van de stad op, daarmee het meest zichtbare
monument van Montmartre. Een van de opvallendste aspecten
van de Sacré-Coeur is de stralende witheid van zijn
stenen, ondanks het vuil en het roet van de stad. De steensoort,
uit het département Seine-et-Marne, produceert bij
regen een witkalklaagje; daarom zijn alleen de beschutte
delen donkerder geworden.
De reden voor de bouw van deze Romaans-byzantijnse kerk
ligt in de eed die de Franse katholieken zwoeren om na het
vernederende verlies in de Frans-Duitse Oorlog van 1870
een aan het Heilige Hart van Jezus gewijde basiliek te bouwen.
Het werk begon in 1876. Architect Paul Abadie
(een leerling van Eugène Violet-le-Duc) overleed
in 1884 en het project werd voortgezet door Lucien Magne
die er de 84 meter hoge vrijstaande klokkentoren aan toevoegde.
Alleen de voorbereiding voor het leggen van de fundering
was al een geweldig technisch hoogstandje: er werden 83
putten van 45 meter diep gegraven en volgestort met stenen.
Vervolgens werden deze ‘pilaren’ met ondergrondse
bogen aan elkaar verbonden om de ondergrond te verstevigen.
Er waren achtentwintig paarden nodig om
de kar met de Savooiaardse klok tegen de Montmartreheuvel
op te trekken. Deze klok, een van de grootste ter wereld,
resoneert bij een hoge C-toon. Vanaf de glas-in-loodgalerij
in de koepel heeft u een mooi zicht op het kerkinterieur
Champs-Élysées
Toen André Le Nôtre in 1667 de Champs-Élysées
voor Lodewijk XIV creëerde, had hij de bedoeling een
visueel vervolg van de Tuilerieën te maken. Tot dan
toe was het gebied bepaald niet zo keurig als het later
zou worden. In de velden en het struikgewas kwam het schuim
van de stad bij elkaar. De Champs-Élysées
vallen uiteen in twee delen: de aardige, door tuinen omgeven
avenue die van de Place de la Concorde naar de Rond-Point
loopt en het zakengebied van de Rond-Point naar de Arc de
Triomphe.
In de jaren 1830 begon de architect Jacques
Hittorff dit onbewoonde deel van Parijs te veranderen. Er
werden meer dan 1200 gaslampen geïnstalleerd en het
terrein werd een uitgaansgebied met tuinen, fonteinen, restaurants
en muziekcafés. Al wat over is van die ontspanningspaviljoens
zijn twee dure restaurants, Ledoyen en Laurent. Aan de noordzijde
van de Avenue Gabriel liggen de tuinen van het Élysées-paleis
(de presidentiële residentie).
Westelijk van de Rond-Point strekt zich
uit wat de Fransen de mooiste avenue van de wereld vinden
en nog altijd de verplichte route is voor alle grote manifestaties.
Zo vindt hier op 14 juli, de nationale feestdag, de militaire
parade plaats (compleet met laag overvliegende straaljagers)
en liggen hier de finish van de Ronde van Frankrijk en de
start van de marathon van Parijs.
Maar de reputatie van de Champs-Élysées
is mooier dan de werkelijkheid; ondanks een recente opknapbeurt,
waarbij de parkeerplaatsen werden verwijderd en de toch
al reusachtige trottoirs verbreed, blijkt de invasie van
schreeuwerige autozaken, fastfoodrestaurants en gigantische
bioscoopcomplexen niet te stoppen.
Arc de Triomphe
De Arc de Triomphe wordt door veel Parijzenaars gezien als
het middelpunt van Parijs. Deze overwinningsboog staat in
een rechte lijn die loopt over de Champs Élysées
en begint bij het Musée du Louvre en eindigt bij
de Grande Arche (een andere boog) in de moderne wijk La
Défense. Het eerste deel heet La Voie Triomphale.
Het is een indrukwekkend gezicht, de Arc
de Triomphe, met daaromheen een plein dat in Nederland tot
overspannen verkeersagenten zou leiden. Er staan geen strepen
op 's werelds eerste rotonde, die soms vierbaans, maar soms
ook tienbaans lijkt te zijn. Toch vinden de meeste crossende
Parijzenaars hun weg op en af de rotonde zonder al te veel
kleerscheuren.
Ga niet zelf met de auto rondjes rijden, tenzij je het als
kick wilt doen. Het risico dat je met een authentiek Frans
gedeukte voiture thuiskomt, is hier beduidend groter dan
elders.
De Arc de Triomphe is Napoléons hommage aan zowel
zichzelf als aan zijn legers. Het bouwwerk, waaronder het
symbolische graf voor de onbekende soldaat met de eeuwig
brandende vlam, kostte tien miljoen Franse francs. Elke
avond om half zeven is er een kleine ceremonie van oud-veteranen
om het vuur aan te houden.
Omdat het een overwinningsboog is voor het
Franse leger (zoek op de plaatsen die op de Arc geschreven
staan eens een Nederlandse naam), werd het bouwwerk ook
nog wel eens door binnenvallende legers als spotobject gebruikt.
De eigenwijze Françozen hadden ook daar weer een
antwoord op: zo werden in 1871 vreugdevuren aangestoken
onder de Arc de Triomphe, om de 'afdruk' van Duitse laarzen
(Pruisen had Frankrijk kort tevoren belegerd) uit te wissen.
Locatie
Place Charles de Gaulle
Place de la Concorde
Aan de Place de la Concorde, waar ooit revolutionaire bloedbaden
plaatsvonden, staan nu de Amerikaanse ambassade en het luxueuze
hotel Crillon, terwijl men er een adembenemend uitzicht
heeft over de Champs-Élysées, afgesloten door
de Arc de Triomphe.
De Place de la Concorde werd in 1757 door
de hofarchitect Jacques-Ange Gabriel aangelegd als achtergrond
voor een ruiterstandbeeld van Lodewijk XV. In tegenstelling
tot de andere koninklijke
pleinen (bijvoorbeeld de Place des Victoires en de Place
Dauphine) die met bebouwing omsloten waren, bebouwde Gabriel
slechts één zijde, waardoor het uitzicht vanaf
het Tuilerieën-paleis over de Champs-Élysées
tot aan het Rond-Point behouden bleef. Zijn van twee zuilenrijen
voorziene gebouwen -nu het Crillon-hotel en het ministerie
van Marine (waar Marie-Antoinette ooit een geheim appartement
had)- weerspiegelen de gevels van de Nationale Assemblée
op de andere rivieroever. Het beeld van Lodewijk werd in
de Revolutie omver getrokken en de Place Louis-XV werd omgedoopt
tot Place de la Révolution. Tijdens de Terreur werden
hier meer dan 1200 personen geguillotineerd, onder wie Lodewijk
XVI, Robespierre en Marie-Antoinette.
Na nog wat naamsveranderingen werd het plein
in 1795 Place de la Concorde genoemd. Lodewijk-Filips zette
standbeelden en fonteinen neer die de beroemde steden van
Frankrijk vertegenwoordigen en plaatste een centraal monument
op het plein -een 3300 jaar oude obelisk. Deze zuil uit
de tempel van Luxor werd in 1829 aan Frankrijk geschonken
door de Egyptische onderkoning Mohammed Ali.
Zo’n 200.000 Parijzenaars juichten toen ingenieur
Le Bras en zijn 120 man sterke ploeg de obelisk in 1836
overeind zetten. Hun wapenfeit is opgetekend in de voet
van de obelisk, trouwens ook de beste plek om te genieten
van het uitzicht op de piramide van het Louvre en de Champs-Élysées,
die zich in westelijke richting uitstrekt naar La Défense.
Uitgaan
Elke wereldstad biedt natuurlijk een overvloed aan amusement
en cultuur, maar Parijs biedt net iets meer. Parijzenaars
vinden het heerlijk om uit te gaan en veel evenementen zijn
dan ook van tevoren uitverkocht -probeer dus voor theater-,
dans-, muziek- en opera-uitvoeringen ruim van tevoren kaarten
te bespreken.
Voor details en een complete filmlijst koopt
u een nummer van de wekelijks -op woensdag- verschijnende
Pariscope (met een Engelstalig katern) of l’Officiel
des Spectacle, beide verkrijgbaar bij elke kiosk. U vindt
er toegangsprijzen, evenals een lijst met restaurants waar
u na middernacht nog kunt eten.
Een bezoek aan een Parijse schouwburg geeft u de gelegenheid
de ambiance op u te laten inwerken, maar voor het overige
heeft het weinig zin, tenzij u het Frans tot in detail beheerst.
Wel zijn er enkele theaters waar af en toe Engelstalige
stukken worden uitgevoerd. Reserveren kan in het algemeen
vanaf twee weken voor de voorstelling.
Café-théâtres zijn kleine
theaters (geen cafés) buiten het grote toneelcircuit,
waar onder andere ‘stand-up comedians’ van wisselende
leukheid optreden, maar tenzij uw Frans echt goed is zult
u daarvan nauwelijks genieten.
Op de Champs-Élysées is het Lido met zijn
flonkerende Bluebell Girls, buitensporige megaproducties
met lasershows, video, fonteinen en vuurspuwende draken,
de Europese tegenhanger van etablissementen in Las Vegas.
Het Paradis Latin, gevestigd in een door Gustave Eiffel
ontworpen theater, dient zich aan als traditioneel Parijs’
cabaret, begeleid door een Latijns-Amerikaanse band.
Winkelen
Het uitgeven van geld is niet moeilijk in dit winkelparadijs,
waar de ene verleidelijke etalage na de andere opdoemt.
De winkeliers zijn verplicht hun geëtaleerde artikelen
van prijsstickers te voorzien, zodat u weet waar u aan toe
bent. Op sommige duurdere artikelen kunt u bij thuiskomst
BTW terugkrijgen. Vraag de winkelier om nadere details.
Wie van warenhuizen houdt vindt alles van
zijn gading in de Galeries Lafayette en de Printemps. Bon
Marché is minder druk, maar exclusiever.
Eenvoudiger warenhuizen zijn BHV en Samaritaine. De ketens
van voordelige warenhuizen Monoprix en Prisunic hebben in
de hele stad vestigingen en zijn vooral interessant voor
kinderkleding, cosmetica en accessoires. De goedkoopste
winkelketen is Tati, die populair is geworden onder mensen
met gevoel voor modetrends. Aantrekkelijke, redelijk geprijsde
kleding voor de jonge vrouw vindt u in specialistische winkelketens
als Kookaï, Naf Naf, Promod, Zara en H&M. Warenhuizen
zijn op zondag gesloten.
Van de (weinige) grote winkelcentra noemen
we de Forum des Halles (metro: Les Halles) een nogal onaangenaam
ondergronds gebied dat volgepropt is met ketenwinkels. De
mooie, 19e-eeuwse Galerie Vivienne (metro: Bourse) en de
18e-eeuwse arcades van het Palais-Royal (metro: Palais-Royal)
zouden voorlopers van de winkelcentra genoemd kunnen worden,
maar ze staan heel ver af van de winkelcentra zoals we die
tegenwoordig, vooral uit Amerika, kennen.
Antiekhandelaars vindt u aan de Quai Voltaire, de Rue de
Beaune en omliggende straten waar in exclusieve winkels
antiek van museumkwaliteit verhandeld wordt; het Louvres
des Antiquaires bezit 250 winkels en voor de Villa St.-Paul
lijken de jaren vijftig het meest geliefde tijdperk te zijn.
Het leukst winkelt u in Parijs echter in
boetieks. Zwerf maar door de Marais, Montmartre, St.-Germain-des-Prés,
Sèvres-Babylone of de Place des Victoires en u zult
uw eigen favoriete boetiek ontdekken.
Vervoer
Openbaar vervoer
De Parijse ondergrondse wordt beheerd door de Regie Autonome
des Transports Parisiens (RATP). Een overzicht van de lijnen
vindt u in elk station, of vraag anders een gratis Plan
du Métro wanneer u een plaatsbewijs koopt. De lijnen
zijn genummerd en kunt u herkennen aan de stationsnamen
aan begin en eind: de oost-westlijn 1 bijvoorbeeld loopt
van La Défense naar Château de Vincennes.
U kunt kaartjes voor een enkele reis kopen, maar beter is
het een carnet van 10 tickets te kopen wanneer u van plan
bent regelmatig gebruik te maken van de metro. Er zijn ook
week- en maandkaarten te koop waarmee u onbeperkt kunt reizen
met metro, trein en bus (Carte Orange). Hiervoor heeft u
een pasfoto nodig.
Met een kaart Paris Visite, te koop bij de metrostations,
kunt u een, twee, drie of vijf dagen onbeperkt gebruikmaken
van het openbaar vervoer in Parijs en Île de France
en krijgt u korting op sommige attracties. De Formule I-kaart,
ook te koop bij de metrostations, geeft recht op een dag
vrij vervoer.
Ook in de stadsbus is uw metrokaartje geldig (afstempelen
in de automaat achter de chauffeur, die ook kaartjes verkoopt).
Bij de bushalte vindt u een overzicht van het netwerk. De
meeste bussen rijden niet na 19.30 uur, op zondag en tijdens
de vakantie.
De Parijse SNCF-stations (altijd met een metrostation met
dezelfde naam) zijn het Gare de Lyon (voor de verbinding
met Zuidoost-Frankrijk en Italië), Gare du Nord (Brussel,
Amsterdam, Londen en andere noordelijk gelegen bestemmingen),
Gare de l’Est (naar het noordwesten, inclusief Normandië),
Gare Austerlitz (Zuidwest-Frankrijk en Spanje) en Gare Montparnasse
(West-Frankrijk, inclusief Bretagne). Bel voor vertrektijden
en reserveringen, maar beter nog, ga naar het station voor
plaatskaarten, want telefonisch is duurder en inefficiënt.
Taxi’s
Taxi’s vindt u op de taxistandplaatsen en kunt u ook
straat aanhouden. Een vol verlichte lichtbak betekent ‘vrij’.
Voor vervoer vanaf stations en voor bagage zwaarder dan
5 kg, alsmede voor de vierde passagier (kan geweigerd worden)
en dieren (behalve geleidehond) wordt een toeslag op het
tarief gevraagd. Een tip van 10% is gebruikelijk.
Parijse taxi’s zijn niet goedkoop.
Als u een taxi telefonisch bestelt, begint de meter vanaf
dat moment te lopen. Vraag om een kwitantie, bijvoorbeeld
voor het geval u iets in de wagen zou laten liggen. ’s
Nachts, en ook wanneer de rit voorbij de stadsgrenzen voert,
stijgen de tarieven.
|