La
bella Italia! Italië doet zijn naam eer aan, dat is
een ding dat zeker is. De enorme culturele rijkdom van het
land, de schitterende natuur en de uitstekende keuken maken
dat velen hier ieder jaar terugkeren. De grote Italiaanse
"laars" in het zuiden van Europa wordt in het
Noorden beschermd door de Alpen en in het midden en zuiden
omgeven door de Adriatische en Middellandse zee. Een unieke
ligging die heeft bijgedragen aan de rijke cultuur van het
land! Na de Romeinse tijd waren de 13e tot en met 15e eeuw
een periode van grote bloei op het gebied van de kunsten.
Michelangelo en Leonardo da Vinci zijn klinkende namen uit
die tijd. Wie nu in Italië komt kijkt zijn ogen uit
aan de schitterende beelden, schilderijen en fresco’s.
Maar ook tijdens een wandeling door de stad, door Rome,
Florence, Verona of Pisa, wordt men overweldigd door de
prachtige bouwwerken.
Geschiedenis
Venetië-Lombardije was door tegenwerking van de Franse
keizer Napoleon III in 1859 niet aan Oostenrijk-Hongarije
afgestaan, en in Rome namen Franse troepen paus Pius IX
in bescherming, die geen afstand wilde doen van het wereldlijk
gezag over de Kerkelijke Staat. De Italianen kregen Venetië
in handen door zich in 1866 met Pruisen te verbinden tegen
Oostenrijk, ook al moesten de Italiaanse troepen in deze
oorlog het onderspit delven. Na het uitbreken van de Frans-Duitse
Oorlog in 1870 trok Napoleon III zijn troepen uit Rome terug,
zodat met de inlijving van de hoofdstad de territoriale
eenheid kon worden voltooid (sept. 1870). Pius IX weigerde
in het verlies van zijn gebied te berusten. Ook onder zijn
opvolgers was de verhouding tot de antiklerikale Italiaanse
regering dikwijls moeilijk. Pas in 1929 kwam een concordaat
tot stand, waarbij het koninkrijk Italië en de pauselijke
soevereiniteit over Vaticaanstad werden erkend (zie Verdragen
van Lateranen). Italië kreeg een tweekamerstelsel met
een door de koning benoemde Senaat en een gekozen Kamer.
Gedurende de eerste decennia werd het gezag van de regering
ondermijnd door de twisten tussen de politieke partijen
- de liberalen en de radicalen - en persoonlijke schandalen
van politici. De belangrijkste politieke figuren in deze
tijd waren Agostino Depretis en Francesco Crispi. Het financiële
beleid liet te wensen over omdat de economische toestand
slecht was. In het noorden kwam de industrie tot ontwikkeling,
maar de sociale toestanden waren daar erbarmelijk; in het
zuiden van het land schiep het grootgrondbezit een diepe
kloof tussen het verarmde volk en de aanzienlijken. De grote
werkloosheid deed vele Italianen emigreren. Het socialisme
en anarchisme bloeiden. Koning Umberto I, die zijn in 1878
overleden vader Victor Emanuel II was opgevolgd, werd in
1900 door een anarchist vermoord, waarna Victor Emanuel
III de troon besteeg.
In dit
tijdperk verwierf Italië ook zijn schamele koloniale
bezittingen: Eritrea (1882-1890), Italiaans Somaliland (1899-1905)
en na een oorlog tegen Turkije, die het land tevens de Dodekanesos
opleverde, Libië. Een poging Abessinië te onderwerpen,
eindigde in een smadelijke nederlaag bij Adoea (1896). De
verhouding tot Frankrijk was de eerste tijd koel. Italië
zocht aansluiting bij Oostenrijk en Duitsland en sloot in
1882 met deze landen het Drievoudig Verbond. Nationalistische
Italianen waren echter niet tevreden met de bereikte grenzen
en maakten aanspraak op enkele ten dele door Italianen bewoonde
gebieden: Nizza (Nice) en Savoye, die in 1860 in ruil voor
de steun van Napoleon III aan Frankrijk waren afgestaan,
alsmede Trente, Istrië met de stad Triëst en Fiume,
het Italia irredenta (zie irredentisme). Bij het uitbreken
van de Eerste Wereldoorlog bleef Italië aanvankelijk
neutraal, daar het Drievoudig Verbond met Duitsland en Oostenrijk
een defensief karakter had. Nationalisten, irredentisten
en republikeinen zagen meer in deelname aan de oorlog aan
de zijde van Engeland en Frankrijk. Nadat de geallieerde
mogendheden bij het verdrag van Londen royale gebiedsuitbreiding
hadden toegezegd, verklaarde Italië in mei 1915 de
oorlog aan Oostenrijk en in aug. 1916 ook aan Duitsland.
In militair opzicht was de oorlog geen succes, maar bij
de vrede werd Italië beloond met Istrië en Triëst,
Zara in Dalmatië en geheel Zuid-Tirol. De kwestie Zuid-Tirol
bleef vervolgens de Italiaans-Oostenrijkse betrekkingen
belasten. Fiume, dat aanvankelijk tot vrijstaat was verklaard,
werd in 1919-1920 eigenmachtig door de dichter d'Annunzio
voor Italië bezet.
Klimaat
Italië heeft als geheel een Middellandse-Zeeklimaat.
Desalniettemin kan men er een aantal verschillende klimaatgebieden
onderscheiden. De Povlakte heeft bijvoorbeeld hete zomers
en koude, vochtige winters met mist en nevel. De zuidzijde
van de Alpen (het Italiaanse merengebied) kent een zachter
klimaat vanwege de beschutte ligging. Het noordelijke gedeelte
van de Apennijnen en de hoog gelegen gebieden van de streken
Toscane en Umbrië zijn in de winter maandenlang bedekt
met sneeuw. Zuid-Italië kent zeer droge en hete zomers
met vele uren zonneschijn. Een bekende wind is de ‘sirocco’,
een zuidelijke, warme en vochtige wind. De ‘tramontane’
is een frisse westelijke tot noordwestelijke wind. Deze
naam wordt ook gegeven aan noordelijke of noordoostelijke
winden met koele lucht. De koude mistral uit het Rhônedal
is in de omgeving van Genua nog goed te voelen. Plaatselijk
koude valwinden hebben daar de naam ‘maestrale’.
Cultuur
Italianen zijn vriendelijke mensen. Soms komen ze een beetje
stug of arrogant over, maar ze ontdooien als je een paar
Italiaanse woorden gebruikt. Overigens zijn er maar weinigen
die Engels spreken (met uitzondering van het noordelijke
deel), dus je zult hoe dan ook wel wat Italiaanse begrippen
moeten gebruiken. De meeste inwoners voelen zich meer verbonden
met de streek of stad waar ze wonen dan met het land. Ondanks
dat Italianen steeds minder vaak naar de kerk gaat, worden
de katholieke feestdagen, zoals die van de plaatselijke
heilige, uitbundig gevierd met grote processietochten en
volksfeesten. Bij een trouwerij wordt er flink gefeest en
het is echt leuk om hier een glimp van op te vangen.
Feestdagen
De belangrijkste feestdag in Italië is 15 augustus,
Maria Ten Hemelopening. Op deze dag is nagenoeg alles gesloten
en trekt iedereen naar de kustplaatsen. Buiten de bij ons
ook bekende feestdagen zoals Kerst, Pasen, hemelvaart en
Pinksteren kennen we nog de volgende feestdagen: 8 maart:
Feest v.d. Vrouw (Mimosa) 25 april: Bevrijdingsdag 1 mei:
Dag van de Arbeid 1e zondag van juni: Feest van de Republiek
1 november: Allerheiligen 8 december: Maria Onbevlekte Ontvangenis
Eten
en drinken
Het leven van Italianen lijkt vaak om eten te draaien. Ze
lunchen en dineren uitgebreid. Alleen voor het ontbijt nemen
ze geen tijd. Een cappuccino en een zoet croissantje, dat
is het. Vaak nemen ze dat staand aan de bar in een cafe,
onderweg naar hun werk. De lunch bestaat meestal uit een
flink bord pasta. Na de siësta begint de avond met
flaneren op straat..., en dan gaan de Italianen uitgebreid
eten!
De warme maaltijd bestaat uit gewoonlijk uit diverse gangen:
'antipasto' (voorgerecht, soort tapas), 'il primo piatto'
(pasta schotel of risotto), 'secondo piatto' (een stuk vlees
of vis) en als laatste 'il dolce' (dessert) . De Italianen
nemen meestal een salade (insalata) als laatste. Als je
dat allemaal wilt, trek dan voor het diner een hele avond
uit. Het is ook lekker om met z'n allen een aantal antipasti
te bestellen. Pizza's zijn hier natuurlijk ook veel lekkerder!br>
Restaurants zijn open tussen 12.30 en 15.00 uur, en 's avonds
meestal vanaf 18.00 of soms zelfs 20.00 uur. Pas je ritme
dus aan.
Geldzaken
De Italiaanse munteenheid is de Euro. U kunt veelal met
creditcard betalen. Restaurants vormen hier soms een uitzondering
op. Pinnen is heel makkelijk in Italië, zelfs in de
kleinste dorpjes staan vaak pinautomaten waar men 24 uur
per dag geld kan opnemen. Indien u op Sicilië aankomt
in het weekend, adviseren wij u voor de eerste dagen al
vast wat euro's mee te nemen, aangezien de pinautomaten
in het weekend vaak leeg zijn.
Openbaar
vervoer en taxi's
Italië kent een goed treinennet en de tarieven zijn
laag. De tijden van vertrek worden niet strikt nageleefd
en er kan nog wel eens vertraging ontstaan. Verder rijden
er in grote steden bussen en soms ook trams en Rome kent
een paar ondergrondse lijnen. Buskaartjes voor streekbussen
koopt u in de bus, maar kaartjes voor de stadsbussen dient
u vooraf te kopen bij de 'Tabacchaio' winkels. Deze winkels
zijn herkenbaar aan een uithangbord met een grote 'T'. Naast
buskaartjes worden in deze winkels sigaretten, telefoonkaarten
en -munten en soms ook postzegels verkocht. De officiële
taxi’s zijn voorzien van een meter en de tarieven
zijn te vergelijken met de tarieven in Nederland. U kunt
vooraf een prijsindicatie vragen.
Voltage
In Italië is de stroomsterkte 220 volt. In afgelegen
bergdorpjes komt ook nog 110 volt voor. U heeft voor de
geaarde stekkers een adapter nodig, daar de stopcontacten
anders zijn dan in Nederland. Het meest praktisch zijn de
zogenaamde eurostekkers, waar verscheidene stekkertypes
op zitten.
|