Rome
is, meer dan welke andere hoofdstad ook, een stad vol uitersten.
De eerste dagen dat u de stad bezoekt, zult u door het lawaai
worden overvallen. Van alle steden in Europa is Rome één
van de oudste, maar het is vooral een stad met een rijke
geschiedenis. Begonnen als klein dorpje werd het uiteindelijk
de hoofdstad van Italië. Uit die tijd, nu zo’n
tweeduizend jaar geleden, is nog veel te zien als je tegenwoordig
door de stad loopt. De Romeinse tijd heeft ons niet alleen
gebouwen en kunstwerken opgeleverd, maar ook literatuur.
Vergilius en Tacitus, die de geschiedenis van het Romeinse
Keizerrijk beschreef, zijn nog steeds bekende schrijvers.
Minder bekend is dat het huidige rechtssysteem voor een
groot deel gebaseerd is op rechtsregels zoals die ooit in
Rome uitgedacht zijn.
Rome had in de Oudheid een miljoen inwoners en dat betekende
simpel gezegd rijkdom. Om toch maar iets zinnigs met dat
geld te doen, besloot men de stad te verfraaien met kerken
en paleizen. Eén van de belangrijkste projecten uit
die rijke tijd was de bouw van de St. Pieter, naar een ontwerp
van Michelangelo. Ook was hij de schilder van de Sixtijnse
kapel, gebouwd voor paus Sixtus. Maar hij was niet de enige
die zijn roeping in de stad vond.
De Eeuwige
Stad is al generaties lang een ontmoetingspunt geweest van
grote geesten uit de hele wereld. De Duitse schrijver én
dichter Goethe heeft in Rome aardig wat tijd doorgebracht.
Hier heeft hij onder andere inspiratie opgedaan voor het
boek 'Italiaanse reis'. Misschien leuk om te lezen als je
van plan bent om naar Rome af te reizen!
Sommige
gebouwen zijn vervallen tot ruïnes, zoals bijvoorbeeld
tempels en markthallen op het Forum Romanum, de oude markt.
Maar er zijn ook gebouwen die hun grootsheid bewaard hebben,
zoals het Colosseum, waar vroeger gladiatoren en wilde dieren
vochten, en de Pantheontempel. Enkele monumenten uit deze
tijd zijn nog steeds in gebruik: een paar bruggen over de
rivier de Tiber dateren nog van vóór Christus.
Toen reden er paarden en karren, nu zijn het zenuwachtige
Italiaanse automobilisten.
Veel kerken verschenen in Rome, gekenmerkt door een overdadige
versiering en koepels. Een bekend Godshuis is de hoofdkerk
van de kloosterorde der Jezuïeten, de Gesù.
Andere bekende bouwwerken uit deze tijd zijn de Spaanse
trappen en de fonteinen die de stad kent.
Een bekende gast die een tijdje in Rome heeft gewoond is
Goethe. Zijn sporen zijn nog steeds in Rome te vinden. Om
precies te zijn vind je die aan het begin van het Corso,
bij het Piazza del Popolo. Op deze plaats is nu het Casa
di Goethe gevestigd. Dit is het huis waar hij tijdens zijn
anderhalf jaar durende verblijf onderdak vond. Tegenwoordig
is het een museumpje. Daar kun je verschillende voorwerpen
bezichtigen, zoals een reisgids van ene Volkmann die Goethe
als zijn reisbijbel beschouwde, kleine deeltjes van zijn
verzamelde werken die hij hier samenstelde, prenten die
hij kocht, brieven en aquarellen die hij zelf heeft gemaakt.
In een
wereldstad is natuur zeldzaam, maar gelukkig kun je wat
door parkjes lopen als je groen-ontwenningsverschijnselen
hebt.
Villa Borghese is een groot park met lange lanen waar je
hier en daar kleine villa's tegen kunt komen. Jaloerse gevoelens
hoef je niet te krijgen, want in deze villa's wonen geen
mensen. Tegenwoordig hebben ze de functie van gallerie of
museum.
Heb je helemaal geen tijd om rustige wandelingen te maken,
ga dan in ieder geval even naar Pincio, dat je uitzicht
geeft op Piazza del Popolo.
Villa Torlonia is een villa met een hele mooie lap grond
er omheen. Deze tuin barst van exotische planten en grote
oude bomen. Het was vroeger 'thuis' voor de familie Mussolini.
Om de een of andere reden heeft het Romeinse stadsbestuur
het huis een beetje verwaarloosd, maar het wordt inmiddels
gerestaureerd.
Gianicolo is geen villa, pizza of een ijsje, maar een heuvel
die je een goed uitzicht geeft over verschillende monumenten
van Rome. Het gerucht gaat dat daar een oud kanon staat
dat nog elke middag rond 12 uur af gaat.
Priorato
di Malta wordt in de volksmond ook wel 'het sleutelgat'
genoemd. Het waarom van deze naam wordt je vrij snel duidelijk
als je in de deur van het park (Giardino degli Aranci) een
klein rond sleutelgat ontdekt. Als je het aandurft om er
doorheen te kijken zul je een mooi zicht hebben op de St.
Pieterkerk.
Naast
urenlang tafelen kun je op kroegentocht in de verschillende
buurten van Rome. Monte Testaccio is een gebied waar het
stikt van de pubs, bars of discotheken.
Een ander deel waar heel wat te beleven valt is het uitgaansleven
dat zich in het universitaire deel van Rome bevindt. St.
Lorenzo heeft veel typisch Italiaandse kroegen waar bijvoorbeeld
de echte Romaan met gladgekamd haar zijn entree zal maken.
In juni en juli is er een soort festival dat Expo Tevere
heet. Je kunt overal door de stad de lokale Italiaanse ambachten,
stands met pasta's, olijven, wijnen en likeuren bewonderen
en eventueel uitproberen.
In Rome
is het niet alleen lekker uit eten gaan, ook degene die
zelf zijn kostje wil bereiden, komt aan zijn trekken. Rome
heeft aardig wat markten zoals de Campo de' Fiori, Piazza
Vittorio Emanuele of Via della Croce, maar er zijn ook vlooienmarkten
en galerijen.
In het
plaatsje Tivoli, net buiten Rome, ligt Villa D'Este en het
geinige van dit park is dat honderden fonteinen een belangrijk
onderdeel ervan vormen. Buiten al die klaterende bouwsels
is er een villa waar een bizar mooie tuin omheen ligt. In
vroeger tijden was het een populaire plek voor de rijke
Romanen. Het is een leuke dagtrip als je tenminste van klaterend
water houdt.
Heb je het helemaal gehad met entree betalen, dan kun je
op deze plaatsen ook 'Rome' beleven. Waarom? Om de doodeenvoudige
reden dat het gratis is (en dat is altijd fijn); het Forum
Romanum (oude markt), Largo Romolo e Remo en de Spaanse
trappen.
Die trappen zijn trouwens een populaire hangspot voor jongeren.
Kleine bijkomstigheid is wel dat je daar niet in het openbaar
mag eten of drinken. Ook al mag je er gewoon op zitten,
het is en blijft een monument.
De Trevi-fonteinen
zijn ook leuk om gezien te hebben. Gooi een muntje over
je schouder om een snelle terugkeer naar Rome te bewerkstelligen.
Alleen maar doen op de laatse dag van je verblijf natuurlijk!
Heb je meer losgeld, dan kun je de volgende opties ook eens
proberen: gooi 2 muntjes in de fontein als je een Italiaanse
vakantieliefde wilt en gooi er 3 in als je met alle geweld
zo'n Casanova wilt trouwen.
Je kunt
bij de plaatselijke VVV's verschillende stadsroutes opvragen
waar je mee aan de slag kunt. Je kunt bijvoorbeeld kiezen
uit fiets- of wandelroutes.
Reizigers
die op zoek zijn naar meer cultuur en het bovengronds allemaal
al gezien hebben, kunnen het altijd nog ondergronds zoeken.
In Rome bevinden zich meer dan zestig catacomben. Hun galerijen
strekken zich uit over honderden kilometers en bevatten
duizenden graven.
Openbaar
vervoer
De oranje bussen en trams van de ATAC zijn goedkoop en rijden
zeer frequent. De blauwe regionale bussen en bussen naar
de buitenwijken zijn van COTRAL. De bussen zijn vaak overvol
en door de drukke verkeerssituaties kan de rit lang duren.
Foto: Harm van Hees
U moet eerst een kaartje kopen, verkrijgbaar bij de ATAC-kiosken,
winkels en krantenkiosken met een ATAC-sticker (een witte
‘T’ op een blauwe achtergrond). Het kaartje
moet achterin de bus of tram worden afgestempeld. Binnen
90 minuten kunt u op iedere andere bus of tram overstappen.
Denk eraan achterin in te stappen en via de middelste deur
uit te stappen (als u een abonnement of een nog geldig kaartje
hebt, kunt u ook voorin instappen).
De ondergrondse
van Rome (la Metropolitana, of Metro) heeft slechts twee
verbindingen. Deze worden A en B genoemd en komen samen
op het Stazione Termini. De metro wordt voornamelijk door
forenzen gebruikt en is niet erg geschikt binnen het stadscentrum.
Hij is echter wel handig als u snel van het ene uiteinde
van de stad naar het andere wilt. De ingang van een metrostation
staat aangegeven met een grote, rode M en bij ieder station
vindt u een kaart van het netwerk. De kaartjes zijn geldig
voor één rit en zijn verkrijgbaar bij tabakswinkels
(tabacchi), bars en winkels met stickers van ATAC en COTRAL
of bij de kaartjesautomaten bij het station (alleen gepast
geld).
Taxi’s
Taxi’s met vergunning: de officiële taxi’s
in Rome zijn geel (soms wit) en hebben een bordje met ‘Taxi’
op het dak. Neem alleen deze taxi’s en weiger de aanbiedingen
van sjacheraars bij Termini of waar dan ook.
Luchthaven
Lijnvluchten komen aan op het vliegveld Leonardo da Vinci,
beter bekend als Fiumicino. Chartervluchten komen op Ciampino
aan een militair vliegveld ten zuiden van Rome. Vanaf Ciampino
kunt u het beste per bus naar Anagnina of Subaugusta gaan
en vervolgens met de metrolijn A naar het Stazione Termini.
Colosseum
De bouw van het Colosseum begon in 72 v.C. onder keizer
Vespasianus en werd in 80 v.C. door zijn zoon Titus ingewijd
met een gala waarbij op één dag 5000 dieren
werden geslacht (gevolgd door 100 dagen spelen). Domitiaan
legde de laatste hand aan het 55 000 plaatsen tellende stadion.
De muren van baksteen en vulkanisch tufsteen zijn afgewerkt
met travertijn-marmeren blokken die met metalen klemmen
aan elkaar werden vastgemaakt en de arcades werden ondersteund
door zuilen. Het verval van het Colosseum begon in de middeleeuwen,
toen de stenen werden geplunderd voor kerken en paleizen.
De schending eindigde in 1744, toen het werd ingezegend
ter herinnering aan de christenen die daar zouden zijn gemarteld.
Aan het eind van de 19e eeuw werd een begin gemaakt met
de opgravingen en in de 20e eeuw werd met de restauratie
begonnen.
Het
martelen van de christenen was een uitzondering, in tegenstelling
tot de gladiatorengevechten die ongeveer 500 jaar doorgingen.
Criminelen, slaven, gladiatoren en wilde dieren vochten
over het algemeen tot de dood erop volgde. Vrouwen en dwergen
worstelden met elkaar en er werden zeeslagen nagespeeld,
waarbij de arena via ondergrondse drainages volliep. De
toeschouwers hadden de macht over leven of dood door met
een zakdoek te zwaaien of de duim naar beneden te richten.
Overlevenden werd vaak toch de keel doorgesneden en de doden
werden zelfs met hete poken gepord om er zeker van te zijn
dat ze dood waren.
Pantheon
Het huidige Pantheon werd in 119-128 door keizer Hadrianus
gebouwd en verving een tempel die in 27 voor Christus door
Marcus Agrippa, schoonzoon van Augustus, werd gebouwd (de
originele inscriptie van Agrippa bevindt zich nog steeds
in brons op de façade). In 609 werd het een kerk
en kreeg de naam Santa Maria ad Martyres (de beenderen van
de martelaren werden uit de catacomben naar de kerk overgebracht).
Nu is het een schrijn voor de ‘onsterfelijken’
van Italië, onder wie de kunstenaar Raphael en de eerste
twee koningen, Vittore Emanuele II en Umberto I.
Hoewel
massief en eenvoudig aan de buitenkant is het Pantheon van
binnen adembenemend. Vooral de schaalverdeling, de harmonie
en de symmetrie van de koepel is opvallend. Tot 1960 was
de koepel, met een diameter van 43 meter (gelijk aan de
hoogte vanaf de vloer), de grootste ter wereld. Het gewicht
en de spanningen worden opgevangen door rijen verzonken
plafondpanelen en door van de basis tot aan de kroon steeds
lichtere materialen te gebruiken. Het raam in het midden
van de koepel (met een diameter van 9 meter) laat de marmeren
lambrisering op de muur en de vloer overstromen met licht.
|